1994 – 1999
School en muziek 4 Jan Bakker was vanaf de start in 1984 leerling van het vwo van het Vellesan College. In het bezit van zo’n 6500 lp’s, singles en cd’s beschrijft hij de muziekgeschiedenis van… Meer…
1996 Klas M4.4 (mavo) uit 1996 -1997. Foto aangeleverd door Marloes Zwart
1995 Breed lachend komen ze het klaslokaal van leraar Lut binnen. Vier meisjes en een jongen uit verre landen waar het op z’n zachtst gezegd bepaald niet pluis is. Meer…
1997 Jessica Janmaat deed eindexame mavo , zij zat in 1993 in de eerste klas en staat ergens op deze foto. Zij deelt met ons haar herinneringen over eruit gestuurd worden… Meer…
1994 De literaire kennis van derde klasleerlingen havo en vwo wordt getest in het Bibliospel van het wekelijks boekenprogramma voor jongeren op radio Noord Holland: ‘De Blauwbilgorgel’. Meer…


1996 Conrector Ernst Pans geeft aan dat een leerling veel meer kan dan je denkt. Hij doet dit aan de vooravond van de invoering van de Tweede Fase Meer…
1996 De testafette is een actieonderdeel van de campagne ‘Scoor op groen’ voor jongeren. Vier Vellesan leerlingen skaten door weer en wind 16 kilometer naar Castricum Meer…
School en muziek
Jan Bakker schreef een verhaal over zijn schooltijd, de tijd daarna en de muziek die daarbij hoort.
Lees hier aflevering 4 over de periode tot 1999.

Februari 1995
Russisch taalonderwijs op het Vellesan College
Breed lachend komen ze het klaslokaal van leraar Lut binnen. Vier meisjes en een jongen uit verre landen waar het op z’n zachtst gezegd bepaald niet pluis is.
Een ding hebben ze gemeen, namelijk een voor mij onuitsprekelijke naam. Shake Sarkisjan komt uit Armenië, woont tijdelijk in Castricum en verblijft nu bijna anderhalf jaar in Nederland. Ze spreekt goed Nederlands en is in staat het onderwijs goed te volgen. Ditzelfde geldt voor Wigen Sarkisjan uit Armenië, die in de vierde klas vwo zit. Nasrim Bardjis zit in mavo 3 en komt uit de hoofdstad van Afghanistan, Kaboel. Tor slot zijn er nog twee zusjes uit Singapore. Grace Crispus zit in mavo 3 en zus Joyce in havo 3.
Leraar Lut is maar wat blij met zijn gedisciplineerde en goed gemotiveerde leerlingen. Een nadeel is het vrij grote verloop in zijn leerlingengroep. De ouders van de meeste leerlingen hebben een tijdelijk woonverblijf. Krijgen ze echter ergens in het land een vaste woonplaats toegewezen, dan is Lut vaak weer een leerling kwijt.
Door deze leerlingen en andere Oost-Europese kinderen Russisch aan te bieden – een taal die ze al grotendeels beheersen – maak je het ze bij het samenstellen van hun talenpakket wat gemakkelijker. Gelukkig – en terecht – zijn er voor deze leerlingen wettelijk ook enkele positieve regelingen getroffen.
Zo zijn er uit de I.S.K.-pot (Internationale Schakel Klas) enkele extra lesuren beschikbaar. Ook krijgen ze tijdens examens vaak wat langer de tijd etc.
De klassikale les is op zich een vreemde gewaarwording. Via de muziekband geluidstape, worden uitsluitend voor mij onbekende klanken het lokaal in geslingerd, terwijl tijdens de bespreking de bordtekst ook al niet verhelderend werkt.
Tussen de Russische teksten door wordt er Nederlands gesproken en daar maak ik uit op dat er vrouwelijke en mannelijke Russische voor- en achternamen worden geoefend.
Moeiteloos wordt door leerlingen en leraar Russisch en Nederlands afgewisseld. Het enige wat me in deze Babylonische spraakverwarring lukt, is dit bijzonder enthousiaste groepje uitheemse leerlingen op de foto te zetten. {red: Die foto ontbreekt trouwens in ozne collectie]
2024
Jessica Janmaat begon in 1993 en deed in 1997 eindexamen mavo
Zij vertelde ons: ‘Er was een periode dat ik niet zo netjes luisterde in de klas. Of misschien wel helemaal niet. Dan werd ik uit de klas gestuurd naar meneer Prins. En dat was altijd gezellig. Hij begroette je altijd vrolijk en netjes. En nadat ik al erg vaak bij andere klassen de les moest volgen. (Vaak Engels in de 4de klas havo terwijl ik in 2 mavo zat). Mocht ik de blikjes van de ene locatie naar de andere verplaatsen en deed ik veel conciërge werkjes. Maar ervaarde dit niet als straf als je langs Dhr Prins mocht. Wat was die man toch altijd vrolijk.’

1994 april
Vellesan leerlingen in de Blauwbilgorgel
Opnamen morgen te beluisteren op Radio Noord Holland
De meesten onder hen moeten er gewoonlijk aan de haren naar toe worden getrokken. Maar gisteren waren ruim dertig leerlingen van het Vellesan College er toch, en min of meer vrijwillig: in de bibliotheek in IJmuiden. Niet om CD’s te lenen, niet om een uittreksel te zoeken en ook niet om strips te lezen. De derde klassen havo en vwo zaten tegenover een radiopresentator van Radio Noord Holland, waar ze met hun literaire kennis het tegen elkaar opnamen over het thema ‘Toekomst’ in het Bibliospel van het wekelijks boekenprogramma voor jongeren: ‘De Blauwbilgorgel’.
Een aantal weken voor de opnames leverde de Provinciale Bibliotheek Centrale Noord Holland een krat vol boeken af bij de school om de leerlingen te wapenen tegen de vragen over een willekeurig boek, gesteld door de radiopresentator. Daarnaast leidde een speurtocht door de bibliotheek tot de antwoorden van de vragen over de onderwerpen ‘uitvindingen’ en ‘ruimtevaart’.
“Eureka?”, vraagt de presentator. “Wat betekent dat?” “Ik heb het”, roept Jeroen (15, vwo) uit, alsof hij de hydrostatische wet uitvond. “Wat heb je dan?”, plaagt de presentator. “Ik bedoel, ik weet het!”, legt Jeroen uit. “Wat weet je dan?” Jeroen zuchtend: “Dat Eureka ‘ik heb het’ is.” “Aaha”, volgt de presentator droogjes, “zeg dat dan meteen”.
Tijdens de boekbespreking van het boek ‘Aesa ontsnapt’, geschreven door Michiel Klonhammer, komt naar voren dat de lezers dit boek unaniem te kinderachtig vinden. Voor havo-scholiere Helena mocht het wel iets spannender en niet zo saai. Veel tijd om te lezen zegt ze niet te hebben, omdat ze altijd zo laat naar bed gaat. Hoe vaak kijkt ze televisie? “Gemiddeld een uurtje of vier per dag.” Ook Maarten (15, vwo) trekt niet gauw een boek uit de kast als het niet hoeft. In zijn hele leven herinnert hij zich drie boeken te hebben gelezen. Hij komt alleen in de bibliotheek om cd’s te huren. “Vooral nu het verplicht is om voor school te lezen, krijg ik er een pesthekel aan.”
Uit onderzoek blijkt dat de jongeren slechts drie procent van hun vrije tijd besteden aan boeken lezen en wel dertig procent aan TV kijken. Stripverhalen, humoristische boeken en avonturenboeken scoren het hoogst. Bert Gravemaker, leraar Nederlands van het havo aan het Vellesan College, vindt het moeilijk een leescultuur te kweken onder zijn leerlingen. “Je moet het met geweld door hun strot proppen. Terwijl lezen zoveel fantasie teweegbrengt. Ik probeer ze literaire Tv-programma’s aan te raden en voor te lezen in de klas. Maar het valt niet mee.”
Als afsluiting van het radioprogramma lezen twee jonge dichters voor uit eigen werk. De beoordeling varieert van ‘aardig geprobeerd met een hoog sinterklaasgehalte’ tot ‘dromerig, gewikkeld in een poëtische sluier met een angstig einde’.
De opnamen van gisteren worden morgen uitgezonden tussen 10 en 12 uur via FM 97,6.
1996 februari IJmuider Courant
Leerling kan veel meer dan je denkt
Voortgezet onderwijs verandert ingrijpend in de laatste jaren van deze eeuw
Aan het eind van deze eeuw wordt het voortgezet onderwijs drastisch veranderd. Dan voert de overheid de zogenaamde ‘tweede fase voortgezet onderwijs’ in. Het is de bedoeling dat leerlingen zelfstandiger en actiever gaan leren. De docent krijgt hierbij ook een andere rol: in plaats van iemand die slechts informatie overdraagt aan passief luisterende leerlingen, zal hij meer als begeleider optreden. Het huidige systeem blijkt namelijk niet meer te werken. Volgens de overheid is het onderwijs niet ‘uitdagend’ genoeg; leerlingen blijven hierdoor gemakkelijker weg. Veel leerlingen hebben bovendien nooit ‘geleerd te leren’, en komen daardoor bij een vervolgopleiding in de problemen.
De leraar staat voor de klas en vertelt zijn verhaal, de leerling luistert en noteert. Dat beeld moet rond 1998 uit het voortgezet onderwijs verdwenen zijn. Het lesrooster waarin precies staat op welk uur welke klas waar moet zijn, vervalt. In plaats daarvan moet de leerling zestienhonderd uur per jaar bezig zijn met school. Hoe hij dat invult, komt grotendeels voor de verantwoordelijkheid van de scholier zelf.
Dat betekent niet dat hij van school weg kan blijven. Elk vak houdt een aantal verplichte lessen, maar heeft ook zogenaamde ‘begeleidingslessen’. De leerling hoeft deze lessen niet te volgen. Wie bijvoorbeeld erg goed is in wiskunde maar stuntelt met Frans, kan zich tijdens de begeleidingslessen wiskunde bezighouden met het vak Frans, in de daarvoor bestemde ‘studieruimte’. “Het is een aardverschuiving in het onderwijs”’ zegt Ernst Pans, conrector aan het Vellesan College. “Behalve dat de manier van lesgeven gaat veranderen, verdwijnt ook de vrije pakketkeuze. Daarvoor komen vier profielen in de plaats: Cultuur en maatschappij, Economie en maatschappij, Natuur en gezondheid en Natuur en techniek.”
Docenten in het hele land worden onderworpen aan het ene nascholingsproject na het andere. Want hoe leer je een leerling leren?
Een wiskunde docent op het Ichthus vertelt hoe hij een experiment gedaan heeft: leerlingen kregen een aantal getallen op, waar ze verbanden tussen konden leggen. Daar moesten ze een verslag van schrijven. Hij kreeg keurige verslagen terug en stond versteld van wat de leerlingen konden. Ze kunnen vaak veel meer dan je denkt.
Karel Boonstra, conrector van het Ichthus, denkt dat de tweede fase een enorme vooruitgang is voor het onderwijs. “Je moet leerlingen zoveel mogelijk eigen verantwoordelijkheden geven. Als de leerlingen meer verantwoordelijkheid krijgen, zullen ze ook meer plezier krijgen in hun werk.”
Conrector Pans is niet alleen optimistisch over de tweede fase. “De ‘goede’ leerlingen zullen er veel baat bij hebben. Die kunnen dan meer uit het onderwijs halen. Maar ik ben wel bang dat ‘n slechte leerling eerder uit de boot valt dan tegenwoordig.”
Boonstra bestrijdt dit: ”Een van de principes in het nieuwe systeem is dat je om moet gaan met verschillen tussen leerlingen. Nu wordt klassikaal lesgegeven aan groepen van ongeveer dertig personen. Die moeten allemaal hetzelfde doen. Straks maakt een docent werkafspraken met de leerling. Wie de grote mate van zelfstandigheid niet aankan, krijgt die ook minder. Er is veel meer tijd over voor individuele begeleiding, daarover kan een docent namelijk afspraken maken met zijn leerlingen.
Het Vellesan College houdt in maart een proefproject met klas 5 vwo, ter voorbereiding op de tweede fase. Het huidige rooster is hiervoor nauwelijks gewijzigd; de leerlingen moeten in april immers weer terug kunnen vallen in hun oude rooster en examenprogramma. Wel wordt er gewerkt met verplichte (V-)lessen en begeleidingslessen (B-lessen). “De ervaringen die we met dit project opdoen worden geëvalueerd en bijgesteld, zodat we die volgend jaar kunnen gebruiken in de klassen 4 havo en 5 vwo”, legt Pans uit.
Volgens de conrectoren van beide scholen is het merendeel van de docenten enthousiast over de tweede fase.
1996 november IJmuider Courant
Velsense scholieren skaten voor milieu
Zestien kilometer door weer en wind
De testafette is een actieonderdeel van de campagne ‘Scoor op groen’ voor jongeren. Dit is een gezamenlijke milieucampagne van Volkshuisvesting, Ruimtelijke ordening en Milieubeheer (VROM), de openbare bibliotheken en de Consumentenbond. Tijdens de campagneweek van 4 tot 9 november, schaatsen jongeren op in-line skates van Den Haag naar Alkmaar. Elke dag legt een groepje van vier jonge scholieren een traject van ongeveer twintig kilometer af. Tijdens de tocht testen ze allerlei milieuvriendelijke producten uit, zoals milieuvriendelijk geteelde appels en ‘groen’ melk.
Donderdagmiddag maakt een groep van vier Vellesan leerlingen zich op om naar Castricum te gaan. Ze starten bij de Centrale Bibliotheek om ongeveer twee uur laten bij de openbare bibliotheek van Castricum aan te komen. Femke (16), Dirk (13), Petra (12) en Martijn (16) hebben zichzelf hiervoor opgegeven. In hun vrije tijd skaten ze graag. Dirk maakt voor de tocht naar Castricum gebruik van zijn eigen schaatsen. De andere drie gaan de zestien kilometer lage route op de door sponsor Bauer geleverde skates afleggen.
Dik aangekleed en met beschermers voor ellebogen en knieën en een helm op het hoofd staan ze klaar op Plein 1945. Na een korte toespraak van een van de organisatoren zijn ze al kleddernat. Ze krijgen zakjes in handen gedrukt, waarvan het gewicht symboliseert hoeveel afval ze besparen door niet met de auto maar met skates naar Castricum te gaan.
Dan gaan ze. Het eerste stuk, tot aan de pont, fietsen schoolgenoten mee om ze aan te moedigen. Daarna gaan ze alleen verder. Onderweg stoppen ze voor een interview met Radio 538, die de testafette dagelijks volgt en de actie ook ondersteunt. In Castricum worden ze feestelijk ontvangen.
Met het vertrek van de skaters is de milieuactie in de Velser bibliotheken nog niet voorbij. De hele maand november staan in alle filialen tentoonstellingen over natuur en milieu opgesteld. Bovendien kan iedereen een persoonlijke milieutest afleggen. Door deze computertest te doen kunnen bezoekers van de bibliotheek bekijken of ze in het dagelijks leven goed met het milieu omgaan.